Zaterdag 16 mei 2026 15.00 uur
MARIA-MOTETTEN EN MUZIEK ROND HEMELVAART
Projectkoor Musica Sacra
o.l.v. Hans Jansen
m.m.v. Martien Abrahamse – luit (intermezzi)
Zaterdag 16 mei 2026 15.00 uur
Projectkoor Musica Sacra
o.l.v. Hans Jansen
m.m.v. Martien Abrahamse – luit (intermezzi)
Alma Redemptoris Mater Gregoriaans
Ave Regina Coelorum Guillaume Dufay (1397-1474)
Ave Regina Coelorum Nicolas Gombert (1495-1560)
Intermezzo
Ave Maria Jakob Arcadelt (1507-1568)
Hodie beata virgo Maria Jakob Arcadelt (1507-1568)
O Rex gloriae Giovannui Pierluigi da Palestrina (1525-1594)
Intermezzo
Ave Regina Coelorum Johann Joseph Fux (1660-1741)
Über Gebirg Maria geht Johann Eccard (1553-1611)
Es ist euch gut daß ich hingehe Melchior Vulpius (1570-1615)
Jesus sprach zu seinen Jüngern Wolfgang Carl Briegel (1626-1712)
Intermezzo
Sancta Maria Claudio Monteverdi (1567-1643)
Magnificat Heinrich Schütz (1585-1672)
Gregoriaans
De Maria-antifoon ‘Alma mater Redemptoris’ is ontstaan in St.- Gallen, waar de tekst naar alle waarschijnlijkheid werd geschreven door Hermanus Contractus (1013-1054). Deze Maria-antifoon wordt gezongen aan het eind van de Completen vanaf de eerste Advent tot aan Maria Lichtmis.
Guillaume Dufay schreef zowel geestelijke als wereldlijke vocale werken. Op het gebied van de kerkmuziek schreef hij missen, motetten, Magnificats en antifonen. Hij bezigde als eerste de faux bourdon, één van de afgeleiden van het Gregoriaans: in de meest eenvoudige vorm bestaat de faux bourdon uit de cantus firmus die in de bovenstem ligt, en twee andere partijen die een sext en een kwart lager liggen, waardoor een reeks parallelle sextakkoorden ontstaat. Het motet ‘Ave Regina caelorum’ is een goed voorbeeld van zo’n faux bourdon. Zijn werken markeren de overgang tussen de Middeleeuwen en de Renaissance.
Nicolas Gombert was een Franco-Vlaamse componist. Hij is één van de invloedrijkste en bekendste componisten van de zogenaamde vierde generatie Vlaamse polyfonisten, tussen Josquin des Prez en Orlando di Lasso. Hij vertegenwoordigt de complexe polyfone stijl van deze overgangsperiode in de muziekgeschiedenis. Uit de ruime verspreiding van zijn muziek kan worden opgemaakt dat Gombert na de dood van Josquin Desprez een van de beroemdste Europese componisten was geworden. Zijn muziek werd een bron voor werken van andere componisten. Tekenend is de bijzondere aandacht die drukkers aan hem besteedden door uitgaven geheel aan zijn werken te wijden. Zijn versie van het ‘Ave Regina caelorum’ geeft een goed voorbeeld van de weldadige, brede polyfonie die zijn werken karakteriseert.
Jacob Arcadelts stijl is verfijnd, zuiver, melodieus en eenvoudig. Arcadelt gaf ongeveer 24 motetten, drie boeken met missen, 126 Franse chansons en meer dan 200 madrigalen uit.
Uit 1654 dateert de laatst bekende herdruk (er verschijnen er een veertigtal) van zijn eerste boek madrigalen, hetgeen uitzonderlijk is voor die tijd en spreekt voor Arcadelts lang doorwerkende reputatie. Allicht was zijn populariteit te danken aan zijn gave de Italiaanse geest te vatten en te verenigen met het technische volmaaktheidsstreven van de Nederlandse harmonische en polyfone stijl. Zijn korte motet ’Ave Maria’ is verfijnde homofonie, zijn motet ‘Hodie beata virgo Maria’ is meer polyfoon gedacht.
Giovanni Pierluigi da Palestrina, zo genoemd naar zijn geboorteplaats Palestrina, werd de belangrijkste Italiaanse componist van de 16e eeuw. De polyfonie van de renaissance bereikte in hem een onbetwist hoogtepunt, de strenge regels van het contrapunt vinden hier hun oorsprong. Het motet ‘O Rex gloriae’ is in alle beheersing en alle eenvoud een goed voorbeeld van de rooms-katholieke kerkmuziek in het tweede deel van de 16e eeuw.
Johann Joseph Fux was een Oostenrijkse componist, muziektheoreticus en pedagoog uit de laat-Barok. Hij werd vooral bekend vanwege zijn verhandeling over het contrapunt, ‘Gradus ad Parnassum’. Zijn composities ademen polyfonie van zijn grote voorbeeld Palestrina, zoals goed is te horen in zijn motet ‘Ave Regina coelorum’.
Johannes Eccard wordt wel de ‘Duitse Palestrina’ genoemd vanwege zijn groot polyfoon vakmanschap. Als geen ander weet hij het Lutherse kerklied tot ontwikkeling te brengen door het te verbinden met het polyfone contrapunt. Hij werd aangesteld als huismusicus bij Jacob Fugger, de grote bankier in Augsburg.
Melchior Vulpius was één van de vele voorlopers van Heinrich Schütz, hij schreef o.a. een complete jaargang evangeliemotetten bij het kerkelijk jaar, zijn motet ‘Es ist euch gut daß ich hingehe’ is genomen uit de bundel ‘Deutsche Sonntäglicher Evangelien Sprüche’ (1614).
Ook Wolfgang Carl Briegel schreef een jaargang Evangeliemotetten, zijn motet over Johannes 16: 7 wordt afgesloten met een kort slotkoraal.
Claudio Monteverdi’s werk markeert de overgang van renaissance- naar de barokmuziek en werd één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de ‘nuove musiche’, de nieuwe muziek aan het begin van de 17e eeuw. Zijn motet ‘Sancta Maria’ heeft madrigaleske trekjes, speelse figuurtjes en verrassende wendingen.
Christoph Kittel, leerling van Heinrich Schütz en organist aan de hofkapel in Dresden, publiceerde in 1657 de ‘Zwölf Geistliche Gesänge’. De bedoeling van Kittel was om de eenvoudige 4-stemmige composities van Heinrich Schütz, die zich in de kerkmuzikale praktijk bijzonder hadden bewezen, ruimere verspreiding te geven. In het ‘Deutsches Magnificat’ laat Schütz zich horen als een componist die de tekst door de muziek volledig tot leven wil laten komen. Alleen al uit het ritmisch figuurtje op ‘freuet sich’ blijkt hoe Schütz de tekst wil laten spreken.
Projectkoor Musica Sacra
Projectkoor Musica Sacra is de voortzetting van Kamerkoor Musica Sacra dat officieel werd opgericht in januari 1991 en op haar beurt weer de voortzetting was van het op dat moment reeds 16 jaar bestaande Bethel Kleinkoor. Direct vanaf het begin heeft het koor zich o.l.v. Hans Jansen voornamelijk beziggehouden met de vocale polyfone kerkmuziek, vooral uit de 16e en 17e eeuw. Hoewel de kerkmuziek uit de Romantiek nooit heeft ontbroken, werd daarnaast veel aandacht besteed aan moderne kerkmuziek uit de 20e eeuw (Pepping, Distler, Reda, Britten). Het koor was verschillende malen op de radio te beluisteren en gaf regelmatig concerten in binnen- en buitenland.
In april 2006 werd de succesvolle première verzorgd van de Mattheus Passion van dirigent Hans Jansen. In 2008 en 2016 werd meegewerkt aan het Internationale Heinrich Schützfestival in Den Haag en in november 2009 vierde het koor haar 35-jarig bestaan. Tijdens dat concert ging het Concert voor Orgel, orkest, solisten en koor van Hans Jansen in première (solist Jan Hage). In november 2019 werd met een feestelijk concert het 45-jarig jubileum gevierd in de Abdijkerk in Loosduinen. Met dit concert kwam tevens een einde aan Kamerkoor Musica Sacra als vereniging. Vanaf 2020 is het koor verdergegaan als projectkoor. In november 2021 kon het koor zich voor de eerste keer als projectkoor laten horen met de première van het oratorium ‘Into the fire’ van Hans Jansen. In voorjaar 2022 werden in Kethel en in Willemstad uitvoeringen gegeven van ‘Die sieben Worte Jesu am Kreuz’ van Heinrich Schütz, in najaar 2023 klonk het Requiem van Herbert Howells en de Musikalische Exequien van Heinrich Schütz en in voorjaar 2025 verzorgde het koor een programma met dubbelkorige koormuziek van Heinrich Schütz, Johann Sebastian Bach en Felix Mendelssohn-Bartholdy.
Hans Jansen
Hans Jansen studeerde koordirectie bij Jan Eelkema en kerkmuziek bij Barend Schuurman aan het Rotterdams Conservatorium en orgel bij Gerard Akkerhuis. Hij was tussen 1982 en 2016 cantor van de Kloosterkerk in Den Haag. Vanaf 2017 leidt hij de Lutherse cantorij ‘Sursum Corda’ in de Grote of St. Janskerk in Schiedam en vanaf 2021 de cantorij van de Koepelkerk in Willemstad.
Hans Jansen is dirigent van het Haags Kleinkoor, Projectkoor Musica Sacra, het Luthers Projectkoor, de Koepelcantorij (Willemstad) en de Schola Cantorum Gregoriana. Als organist is hij verbonden aan ‘De Regenboog’ in Zoetermeer en de Koepelkerk in Willemstad. Hij is secretaris van de Lutherse Werkgroep voor Kerkmuziek en hoofdredacteur van het door deze Werkgroep uitgegeven tijdschrift ‘Musica Sacra’.
Als componist schrijft Hans Jansen vooral liturgische werken voor koor. Daarnaast componeerde hij grotere werken voor soli, koor en orkest zoals o.a. Psalmendrieluik (1997), Johannes Passion (2000), Requiem (2003), Mattheus Passion (2006), Oratorium ‘Forty’ (2008), Stabat Mater (2014), Laudate Dominum (2014), ‘Jubilate Deo omnis terra’ (2019) en ‘Into the fire’ (2020).
In het kader van zijn 25-jarig jubileum als kerkmusicus in 1997 verscheen een bundeling van zijn meest belangrijke artikelen over kerkmuziek onder de titel ‘Relata refero’ en werd een cd uitgebracht (‘Confitebor tibi Domine’), waarop alle onder zijn leiding staande vocale ensembles zijn te beluisteren. In september 2000 verscheen een cd met uitsluitend eigen werken. Bij zijn 40-jarige jubileum werd Hans Jansen in 2012 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In oktober 2022 vierde Hans Jansen zijn 50-jarig jubileum als kerkmusicus met al zijn vocale ensembles tijdens een feestelijk concert in de Lutherse Kerk in Den Haag. Bij deze gelegenheid verscheen zijn boek over de ‘Vernieuwing van de kerkmuziek in Duitsland vanaf het midden van de 20e eeuw’ en een tweede cd met eigen werken.
Scroll naar bovenzijde